











 |
04
April 1945. De Recce Groups, die 's morgens al op weg gaan, bijten de
spits af. De Brigade komt een paar uur later in beweging. De veteranen van
het kanaal van WESSEM maken opnieuw kennis met de modderbrij en de
nieuwelingen leren hem in al zijn omvang kennen. Maar dat kan geen domper
zetten op het enthousiasme.
05 April 1945. Bij dageraad bezet de Brigade een stelling op de zuidelijke
oever van de Waal. Haar Staf kantonneert in ALTFORST. Het 1ste Bataljon
bezet de plaatsjes LEEUWEN en DRUTTEN, waar het zijn CP inricht. Meer
westwaarts houdt het 3de Bataljon de sector WAMEL bezet. Ieder bataljon
heeft drie compagnies opgesteld die elk met een sectie 3" mortieren
uitgerust zijn, terwijl een compagnie in reserve wordt gehouden. Tussen de
twee bataljons zorgt de Compagnie MMG voor de verbinding. De Brigade
verdedigt zodoende een front van 11 kilometer. Aan de overkant volgt de
verdedigingslinie van de tegenstander de noordelijke oever van de stroom.
06 April 1945. Inrichting van het HK in PUIFLIJK.
07 en 08 April 1945. Patrouilleactiviteit. Enkele schoten van vijandelijke
artillerie.09 April 1945. Tijdens de nacht is het 1ste Bataljon erin geslaagd langs
de WAAL zelf een eerste patrouille uit te sturen. Zij had niet tot
opdracht de stroom over te steken, maar een officier en zes manschappen
van een post op de linkeroever naar een andere over te brengen. Britse
parachutisten die de operatie "Market Garden" van september 1944
overleefd hadden en sedertdien bij particulieren ondergedoken waren keren
onder dekking van de nacht naar de linies van de Brigade terug. De sterke
Duitse patrouille die in de sector DREUMEL-HEEREWAARDEN binnengedrongen
is, wordt door het onverschrokken 1ste peloton van de D-Compagnie van het
3de Bataljon op de vlucht gejaagd.
10 April 1945. Een bezoek van de Kolonel PIRON aan de Generaal MURPHY (1st
Canadian Armoured Brigade) betreft het al dan niet sturen van een
patrouille over de WAAL. Een patrouille die met succes door het 1ste
Bataljon uitgestuurd is, heeft nog heel verse sporen van de vijand
gevonden in de stelling welke deze zopas verlaten had. Die zet het
bataljon ertoe aan actief een operatie voor te bereiden met het doel twee
compagnies de WAAL te laten oversteken, indien de 11th CAN Bde voldoende
terrein zou winnen. Het geplande bruggenhoofd ligt ietsjes naar links ten
zuiden van ECHTELD.
Te NEERPELT (België) komt het 2de Bataljon onder het bevel van de 4de
Britse Commandobrigade en krijgt het bevel de morgen vroeg naar MIDDELBURG
te vertrekken. Het nieuws werd in deze eenheid met des te meer vreugde
begroet, dat het op zich had laten wachten.
11
April 1945. Het 2de Bataljon verlaat NEERPELT in gemotoriseerd konvooi en
bereikt MIDDELBURG op het eiland WALCHEREN in de namiddag. Meteen al wordt
begonnen met de aflossing van de 4de Britse Commandobrigade en de
Nederlandse "Prinses Irene"-brigade.
12 April 1945. De 1st Can Armd Bde neemt het bevel over de sector in
handen. Ze geeft trouwens in de loop van de avond haar instructies door
voor aflossing van de eenheden en hun vertrek naar het concentratiegebied
ten noorden van de WAAL. De aflossing begint dezelfde avond en zal de 14de
beëindigd zijn. Groepjes Nederlandse SS in burger die op zoek naar
inlichtingen komen in HEEREWAARDEN rondneuzen maar worden onderscheppen.'s
Avonds doet de brand in de kerk van IJZENDOORN ten noorden van de WAAL de
hemel oplichten.
13 April 1945. Een detachement bestaande uit een Canadese officier en 50
militairen komt de compagnie MMG, die het 3de Bataljon afgesloot heeft,
verstreken.
14 April 1945. Aan de overkant van de RIJN treffen de troepen een
apocalyptisch landschap aan, dat getuigt van de uiterste hevigheid van de
gevechten die daar bij de slag om ARNHEM tussen de Duitsers en de
geallieerde luchtlandingstroepen geleverd zijn. Alles is er verwoest,
levenloos. Tot de kleinste dorpjes liggen in puin en de akkers zijn
ondergelopen. Lijken en dierenkrengen verspreiden er een walgelijke geur.
In dat landschap en naar het westen gekeerd beginnen het 1ste Bataljon in
het zuiden met zijn linkerflank aanleunend tegen de WAAL en het 3de
Bataljon in het noorden hun opmars om het door de geallieerde verloren
terrein te heroveren. Gebruik makend van de duisternis vertrekken de
eerste patrouilles om het bijzonder lugubere no man's land van te voren te
verkennen. In hun spoor volgen de compagnies die bezit zullen nemen van de
strategische plaatsen en punten die door de vijand opgegeven zijn. Zo
bezet het 1ste Bataljon achtereenvolgens DODEWAARD, DE TEMPEL en bij
dageraad NIEUWELAND.
15 April 1945. De voorposten van het 3de Bataljon hebben voeling. De A
compagnie van het 1ste Bataljon bezet NIEUWLAND. Elke bataljons beschikt
over twee tank troops ter ondersteuning. Een patrouille van het 3de meldt
dat de stelling door een vijandelijke sectie bezet is. De patrouille
betreurt een gewonde. De RASC-eenheid en Bde Workshop krijgen het bevel
SINT NIKLAAS (België) te verlaten en zich naar het gebied van de Bde te
begeven. Een patrouille van het 1ste meldt, dat ELDIKSENHOEK onbezet is,
maar dat er veel mijnen liggen. Andere patrouilles van het 1ste verkennen
de routes naar OCHTEN. Het 2de Bataljon komt onder het bevel van de 116th
Infantry Brigade Royal Marines en verlaat het eiland WALCHEREN om naar
CAPELLE te trekken. Het lost daar het 48th COMMANDO af en bezet de
zuidelijke oever van de BERGSE MAAS over een front van meer dan 6
kilometer ten westen van 'S-HERTOGENBOSCH.
16 April 1945.
PANNEHUIS wordt opnieuw door de vijand bezet, maar nadien door het 3de
Bataljon heroverd. De pionierpelotons zijn druk in de weer met de
gevaarlijke ontmijning van de marsroutes en vervolgens met de afbakening
ervan.
2de Bataljon : Bij avondschemering vertrekken in CAPELLE de eerste
patrouilles van het 2de Bataljon om hun no man's land te verkennen. Het is
een en al bedrijvigheid en de manschappen verdringen elkaar om mee op
patrouille te kunnen gaan.
17 April 1945. In CAPELLE komt het 2de Bataljon onder het bevel van de 33
Armoured Brigade en krijgt ter ondersteuning een batterij van het 112 HAA
Regiment RA en nog een van de 358 Bty van het 90th Field RegimentRA.
In de sector ZETTEN deelt de Brigade Staf aan zijn eenheden mede, dat de
aanval van de Britse 49th Division de morgen langsheen de LEK (NEDER RIJN)
werd zetten.
Even later loopt bij de Brigade het bevel binnen dat zij de morgen moet
aanvallen. Het 1ste Bataljon ten zuiden moet optrekken tegen ELDIKSENHOEK
en OCHTEN; het 3de Bataljon, dat de hoofdaanval in het noorden moet
inzetten, moet de vijand uit HEUSDEN en OPHEUSDEN verjagen. .
18 April 1945.Tijdens de nacht deelt de Brigadecommandant, Kolonel PIRON
de "Warning Order" mede voor de aanval van de stelling
OPHEUSDEN-OCHTEN. Op het uur H, begeven de stormpelotons zich naar voren
en treden in contact met de vijand, daarbij worden ze gesteund door
"Sherman" tanks en door de Britse artillerie. De reactie blijft
niet lang uit en weldra ratelen de automatische wapens. Altijd even snel,
rukt het Bataljon verder op in re richting van de kazematten van de
verstrekte linie.
19
April 1945. Zonder verpozen, versterken de compagnies hun nieuwe
stellingen terwijl de pioniers hun ontmijningswerk voortzetten en de
enorme kraters langs de wegen dichtmaken. In het Zuiden krijgt het 1ste
Bataljon talloze keren af te rekenen met artillerievuur. Tijdens een
patrouille wordt soldaat Frans DEWAET verwond, hij overleeft het niet en
sterft op 12 Juli 1945. Bij de Compagnie B zijn er gewonden en er wordt
gewag gemaakt van daden van moed en dapperheid. Daarbij onderscheiden zich
vooral de gewonde sergeant Gerard BALLIN en Korporaal Marius VILAIN die er
in slaagt de gewonde soldaten Edouard MOURETTE en CORDIER te redden.
De klolletoren van RENEN die, ten Noorden van de LEK (of NEDER-RIJN)
dienst doet als observatorium van de vijand wordt geraakt door de Britse
artillerie.
20 April 1945. Ten
Noorden van de LEK gaat de 49ste Britse Divisie in de aanval en bereikt
WAGENINGEN dat nochtans meer naar achteren ligt dan de Belgische
stellingen. In de sector van OPHEUSDEN, daar waar het 3de Bataljon het
verst is doorgebroken, wordt het peloton van Compagnie B onder vuur
genomen door een Duitse 88 mm. Korporaal CONEN, als ook de soldaten
Charles HAMELS en Axel WAEGHE worden verwond door een obus. De plaats
heeft het nadeel dat ze gedomineerd wordt door de GREBBEBERG, een geschikt
observatorium voor de vijand.
21 April 1945. Begeleid door Kolonel PIRON, , bezoekt de Minister van
Landsverdediging, de Heer MUNDELEER, de stellingen van de Brigade, evenals
de echelons B en de diensten.
In de schemering neemt sergeant TATHACHE van het 3de peloton van de
Compagnie B van het 3de Bataljon de leiding van een patrouille,
samengesteld uit de soldaten Henri BILLEN, DECYPERE en Edouard DEPREZ,
allemaal vrijwilligers. De sergeant en DECYPERE gaan zowat 200 meters ver
een huis en de omgeving verkennen. Wat BILLEN en DEPREZ betreft, zij
moeten langs de weg blijven die er naartoe loopt. Het is op die plaats dat
ze worden beschoten, BILLEN wordt door een kogel in de onderbuik
getroffen. Zijn kameraden verkeren in de onmogelijkheid hem te helpen en
zien hoe hij zich moeizaam naar achteren sleept. Zijn overbrenging naar
het 3 CAN GEN HOSP in NIJMEGEN zal nutteloos blijven, want hij sterft er
's anderdaags.
22 April 1945.
In de vooravond, wordt een ploeg van zeven mannen van het 2de peloton van
de Compagnie B van het 3de Bataljon ontdekt door de Duitse artillerie. Een
projectiel van 88 mm ontploft midden de groep. Soldaat Emilius VANDEN
BOSCH is op slag dood. André DEBONNEZ en André DELOBEL zijn zwaar
gewond. Alle gewonden worden met een Bren-Carrier overgebracht naar het 3
CAN GEN HOSP te NIJMEGEN. DEBONNEZ sterft er op 24 april 1945 en DELOBEL
de 25. Tezelfdertijd verliep er te CAPELLE een andere tragedie. Een
patrouille moest uitzoeken of de vijand nog steeds aanwezig was op de
Noordelijke oever van de Maas. Een tweede groep kwam onder vuur van
vijandelijke Spandau. 6 Duitsers werden zeker gedood tijdens deze
operatie, andere werden waarschijnlijk gewond. De verliezen waren de
volgende : Sergeant BIESMANS, Soldaten SPETH, HAUZEUR, VAN GOETHEM,
COOPMAN en MARTENS.
23 April 1945. De laatste vijandelijke aanval, op de C Compagnie van
Kapitein G. COURMONT wordt zonder moeite teruggedreven.
24 April 1945. Vanop de klokkentorens aan OCHTEN, KESTEREN en RHENEN kan
de vijand de stellingen handig onder vuur nemen. De Brigade verzoekt de
"TYPHOONS" van de "TACTICAL AIR FORCE" deze torens
naar beneden te halen. Voor OCHTEN krijgt een compagnie van het 1ste
Bataljon af te rekenen met zwaar artillerievuur. Soldaat Joseph DERBOVEN
wordt hierbij op zijn gevechtpost gedood.
25 April 1945. Bezoek van de hoofden van de Nederlandse en Tsjechische
militaire missie.
26 April 1945. De Brigade vernemen dat er onderhandelingen aan de gang
zijn tussen de Geallieerde en de Duitsers, over de bevoorrading van de
Hollandse bevolking die aan de rand van de hongersnood staat.
29 April 1945. In de vooruitgeschoven stelling HET ZAND van het 1ste
Bataljon valt het laatste dodelijke slachtoffer : soldaat André VANDEN
BERGHE. Twee andere soldaten raken gewond.
01 Mei 1945. Om 24.00 Uur krijgt het 2de Bataljon te CAPELLE het bevel om
elk offensief op zijn front te stoppen. De artillerie-eenheden ontvangen
dezelfde bevelen.
02 Mei 1945. Het 2de Bataljon wordt bij de "MEARSFORCE"
ingelijfd en komt onder het bevel te staan van Brigadier G.G. MEARS.
3 Mei 1945. De chef van de Franse Zending bij de 21ste Army Group bezoekt
de stellingen van het 3de Bataljon.
05 Mei 1945. Om 00.35 U, wordt het bevel gegeven om vanaf 08.00 U het
vuren te staken. De Brigade krijgt het bevel om naar voren op te rukken,
maar het bevel wordt naar de 7 mei verschoven.
06 Mei 1945. De beweging zal over de weg ten noorden van de LEK naar
CULEMBORG worden gemaakt. De opdracht van de Brigade bestaat erin twee van
de concentratiegebieden te bewaken waar de Duitse legers zullen worden
ontwapend om naar Duitsland te worden gestuurd. In tegenwoordigheid van de
beschikbare manschappen van het 1ste Bataljon en van de Compagnie A draagt
Aalmoezenier SEVRIN om 11 uur een eredienst op in de verlaten kerk van
DODEWAARD. Op het kerkhof liggen de lichamen van de mannen van de Brigade
in deze sector gesneuvelde makkers. Later zal het 2de Bataljon zich, in de
streek van MUNSTER in Duitsland, bij het gros van de Brigade voegen.
07 Mei 1945. Het HK van de Brigade en de 1ste en 3de bataljons vertrekken
naar CULEMBORG.
08 Mei 1945.
Op alle fronten geeft de WEHRMACHT zich onvoorwaardelijk over.
09 Mei 1945. De eerste Duitse colonnes onder leiding van hun officieren,
komen aan bij de kampen die voor hen zijn bestemd. Zij worden er door de
Brigade ontwapend en drommen deze kampen binnen. Het 1ste en het 3de
bataljons en de compagnie MMG zullen er eveneens de 20ste Duitse Brigade
en de 361ste Duitse Divisie ontwapenen. (meer dan 7400 Duisters).
10 Mei 1945. De Duitsers stromen met duizenden toe. Hun wapens en hun
materiaal stapelen zich op; de parken staan volgepropt met allerhande
voertuigen die ze met zich meebrachten. Het is een overweldigend
schouwspel en ze denken met bitterheid terug aan mei 1940 toen de
rolverdeling enigszins anders lag. Meer dan 4300 Duitse krijgsgevangenen
ontwapend.
11
Mei 1945. Totaal van de door het 3de Bataljon ontwapende troepen : 7610.
13 Mei 1945. Het 1ste en het 3de bataljons worden afgelost; zij worden
respectievelijk in GORINCHEM en HIEN geconcentreerd.
15 Mei 1945. De Brigade verlaat LEERDAM om 03.00 U en komt om 16.00 U in
de streek van BURGSTEINFURT (Duitsland) aan. Het 1ste Bataljon bezit
NEUKIRCHEN; het 3de de streek van METELEN en het 2de zal de streek van
HORSTMAR bezetten. Het HK van de Brigade wordt in BURGSTEINFURT geïnstalleerd.
De Brigade steunt de 34th Armoured Brigade om de haar toegewezen
gevechtszone te zuiveren en sommige bewakingsopdrachten uit te voeren.
19 Mei 1945. De Brigade komt rechtstreeks onder het bevel van het 1st
British Corps.
22 Mei 1945. De Brigade komt onder het bevel van de 3de Britse Divisie.
29 Mei 1945.
Beweging naar de streek van BECKUM en LÜDINGHAUSEN. Het HK installeert
zich in OELDE, het 1ste en 3de bezetten de Kreis BECKUM en installeren hun
staf respectievelijk in SEDENHORST en WADERSLOH. de MMG Compagnie
installeert zich te SENDEN in de Kreis LÜDINGHAUSEN. Het 1ste Bataljon
bezet ook VORHELM (A Cie), AHLEN (B Cie) en NEU-BECKUM (D Cie). Het 3de
Bataljon bezet HERZFELD (Support Cie), BENTELEER (B Cie) en WADERSLOH (C
Cie). De RASC Cie : RENSTEINFURT.
30 Mei 1945. Het Artillerieregiment komt aan onder het bevel van de
Brigade en bezet een gedeelte van de Kreis LÜDINGHAUSEN.
01 Juni 1945. Het 2de Bataljon dat uiteindelijk zijn sector bij 'S
HERTOGENBOSCH (Nederland) verlaten heeft, vervoegd zich bij de Brigade en
bezet het resterend gedeelte van de Kreis LÜDINGHAUSEN. De Cie A bezet
BOCKUM HÖVEL, de Cie B en C bezetten WALDSTEDDE, de Cie D bezet
SEPPENRADE en de Support Cie : ASCHEBERG, DAVENSBERG en HERBERN.
|