| Onthaal |
|
![]() |
De Brigade
Piron Veldtocht van Normandië |
![]() |
|
|
De
strijd om gans Normandië wordt vaak verkeerdelijk gesymboliseerd door de
eerste dag van de ontschepingen, namelijk D-day, 6 juni 1944. Feitelijk
gaat het hier over een lange periode van aanhoudende en bloedige gevechten
die doorgingen tot eind augustus. De ergste gevechten vonden plaats vanaf
10 juni en zouden duren tot eind augustus. De invasie van Frankrijk ging
gepaard met de ontscheping van ongeveer 2.500.000 manschappen op de
Normandische kusten tussen 6 juni en 20 augustus 1944. De eerste dag
ontscheepten 136.000 man, nog twee en een halve maand zou de ontscheping
duren. De Brigade Piron is aan de beurt gedurende de eenste dagen van
augustus, samen met de Nederlandse brigade "Prinses Irene" van
LtCol de RUYTER van STEVENICK, de 2de Franse Pantserdivisie
"Leclerc", maar ook de 1st Pools Tankdivisie van Generaal-majoor
MACZEK en de Tsjechoslowaaks Tank Brigade van Generaal-majoor LISKA.
De
avond van 31 juli 1944 gaat een peloton van elke gemotoriseerde eenheid
scheep in een landing ship tank te Tilbury (het Pl
van Lt THUMAS van de 3de Eenheid, het Pl van Lt ROGGE van de 2de en
het Pl van Lt LUYCKX van de 1ste Eenheid). Zij steken het kanaal over en
ontschepen in de haven van Arromanches. Deze mannen maken deel uit van de
Advanced Party ten einde de aankomst van de Groepering voor te bereiden. "Hier greep een voorval plaats dat ik echt dien te vermelden. Ik had als Aide de Camp een man uit Dinant, Kapitein-Commandant Georges HOUBION. Hij vervoegde Engeland begin 1942 na een lange gevangenschap in de Spaanse gevangenis en het Camp MIRANDA DE EBRO. Zijn gezondheid had hier erg onder geleden wat echter geen enkele invloed had op zijn goed humeur en zijn geestdrift. De brug van het landingsvaartuig was nauwelijks neergelaten als hij reeds in het water sprong om lopend de enkele meters die hem van het strand scheidde te overbruggen. Daar valt hij op zijn kniëen, neemt een handvol zand dat hij aan de borst drukt. Deze spectaculaire geste kon belachelijk lijken. Nochtans kwam het bij niemand op om te lachen, zo vertolkte deze handeling wat wij voelden. Op dit bevriende Franse strand vonden wij een stukje buurland terug. Wij hadden ons land verlaten sedert vele maanden en hier vonden wij eindelijk de voldoening om mee te kunnen helpen aan zijn bevrijding" ("Souvenirs" van Jean Piron).
Nauwelijks
geland vormde zich een lange kolonne. De Groepering zette zich in beweging
om s'nachts aan te komen in Douvres-la-Délivrande en in Plumetot waar ze
hun bivak opslaan. De Staf brengt de nacht door in het kasteel van
Ranville (gravin Rohan-Chabot)
De twee volgende dagen worden gebruikt om verkenningen uit te voeren. De
Genie neemt haar intrek te Amfreville.
Op
14 augustus ontmoeten bevriende en vijandelijk patrouilles mekaar in de
eerste weg naar rechts bij het verlaten van Sallenelles en die naar de
"Ferme du Buisson" leidt. Een granaat valt naast Luitenant
Georges VAN DER VEEN (Chef van het 5de peloton van de 2de Eenheid), deze
is zwaargewond. Cadet Raymond VAN REMOORTELE neemt hem op de schouders,
nadat hij het peloton toevertrouwde aan Joseph GILLEBERT.
Op
15 en 16 augustus vallen de Belgische troepen onder zwaar mortiervuur, zij
lijden hun eerste verliezen. Voor Soldaat Edouard GERARD (5de Pl - 3de
Eenheid) kan dokter GOLDBLATT niets meer doen … Toevallig is de jongste
vrijwilliger van de mannen van PIRON ook de eerste "gestorven op het
veld van eer". Op hetzelfde ogenblik krijgt Luitenant DE BLOCK van de
1ste Eenheid een salvo in het been. Het zal afgezet moeten worden. Om de
bevolking te beschermen wordt het dorp Sallenelles geëvacueerd.
{de 6th Airborne Division werd in de operatie "Paddle" (zweefvlieger) voorwaarts gezonden op de as Troarn-Dozule-Pont l'Eveque, zijn linkervleugel bestond uit de 1st Belgian Group van Kol Piron, de Nederlandse Brigade « Prinses Irene » van Kol de Ruyter van Stevenick, het 12 Devons van LtKol Gleadell, het 1st Royal Ulster Riffles van LtKol Carson en het 2nd Ox and Bucks van LtKol Roberts}.
Alles is klaar. De Kolonel geeft het bevel om te vertrekken aan de 2de en de 3de Eenheid. Het pantsereskadron heeft als opdracht zo snel mogelijk door te stoten langs de kustweg en de weg naar Merville. De weerstand is bijzonder groot. De weg is gemijnd en ligt onder het vuur van de versterking van de "Moulin du Buisson" waarvan het centrum door een gepantserde kazemat gevormd wordt. Deze bevindt zich op een duintop. De andere reisweg volgt smalle holle wegen die zwaar vermijd werden. De pantsers kunnen slechts stapvoets vooruit komen en dienen herhaaldelijk beroep te doen op de genietroepen. Een twaalftal mijnen worden door adjudant HARBOORT en zijn ploeg geneutraliseerd. Maar een mijn ontploft, een ontmijnen vindt de dood en adjudant HARBOORT blijft dodelijk gekwetst achter, hij zal twee dagen later overlijden. Luitenant SAUVAGE (Pl Chef van het eskadron) wordt aan de rug gewond. Hij wordt vervangen door zijn adjunct NOEL en later door JULES FLORIDOR. De scoutcar van ROUZEE ontploft. Om 10uur 40 volgt de mededeling dat Sallenelles ingenomen is door door het 3de Pl van DEWANDRE.
Zij
hebben hun opmars hernomen, maar deze wordt ernstig vertraagt door
mortiervuur en mijnen. Het 3de Pl van DEWANDRE wordt 300 meter ten noorden
van Sallenelles gestopt. Om 11 uur wordt een gedeelte van het
pantsereskadron ter beschikking gesteld van het Engelse "12
Devons" dat rechts van het Belgische dispositief vordert. Om 12 uur
30 geeft de Kolonel het bevel aan de 1ste eenheid om zich naar de
"Ferme du buisson" te begeven. Van hieruit dient zij de oostrand
van Franceville aan te vallen, rechttoe rechtaan, maar mits de
versterkingen van de kustweg te vermijden. Deze tactiek slaagt en de 1ste
eenheid dringt door tot op het strand van Franceville, het eerste
objectief van de Belgische Brigade. Ondertussen konden de andere eenheden
eveneens vooruitgang boeken. Na een intense artillerievoorbereiding begint
FLORIDOR de bestorming van het klein fort met onder zijn bevel de Winklers
(Troop 2, 4 en 5). De Duitsers vluchten als hazen. Het Pl Winklers
(voltigeurs) van het pantsereskadron hadden de Duitsers uit het fort
"Moulin du Buisson" verdreven. De Geniecompagnie ruimt de weg en
verwijderd mijnen en versperringen. Om 19 uur bezet de Brigade al zijn
objectieven. Nu begint een echte achtervolgingskoers.
De artillerie verplaatst zich naar Gonneville, later naar Vauville sur
Mer. Gedurende vijf dagen zullen ze de Duitse stellingen bestoken.
Ondertussen
vordert het eskadron pantserauto's meer naar het zuiden. Om 6 uur, te
Goustainville, en terwijl hij zijn orders geeft aan zijn Pl commandanten,
ontvangt de eskadronscommandant (Majoor de SELLIERS de MORANVILLE) het
bezoek van de commandant van het Britse verkenningsregiment. Deze richt
zich tot de groep Belgische officieren en zegt : "gentlemen, voor u
het brandende Dozulé, achter u het brandende Troarn, links van u een
andere brandende stad, ik weet niet welke. Ik weet niet waar de vijand
zich nu bevindt, maar jullie zullen hem zeker vinden. Good Luck."
s'Middags vindt het eskadron de vijandelijke hoofdweerstand op de lijn
Branville, Annebaut, La Chapelle en Hainfray. Enkele pantser krijgen het
bevel een observatiepost op te richten. Rond 18 uur vraagt een Engels
generaal de bezetting van Branville te controleren. De naderingsweg is
gevaarlijk voor de pantserwagens. Heel voorzichtig en aan het hoofd van
zijn troepen vordert Lt DEWANDRE. Hij bereikt het centrum van het dorp
waar hij een groot vijandelijk detachement verrast. De Duitsers komen
tevoorschijn uit alle omliggende huizen. Alle pantserwagens openen het
vuur. Aan de noordkant van het dorp ontdekt de scoutcar een
anti-tankkanon. Lt DEWANDRE geeft het bevel het contact af te breken
vooraleer de Duitsers van hun verrassing bekomen zijn. De wapens schieten
in alle richtingen. De weg ligt bezaaid met vijandelijke doden en
gewonden. Om 19 uur 25 vervoegt Lt DEWANDRE zijn eenheid met de
inlichtingen. Hij krijgt later het "Military Cross".
Bij het ochtendkrieken van
22 augustus wordt de opmars hervat. Ditmaal met
de gevechtsvoertuigen die de Dives overstaken via een brug gebouwd door de
Belgische Genie. Om 13 uur trekt de Groepering Villers sur Mer binnen waar
ze door de bevolking op uitbundige wijze ontvangen worden. Overal wapperen
Belgische, Franse en Engelse vlaggen. De klokken luiden en de menigte
roept "leve België, dank u, leve Frankrijk". s'Avonds bereiken
ze de oevers van de Touques en bezetten Deauville. De Belgische Groepering
is de eerste om deze rivier te bereiken. Generaal GALE heeft Kolonel PIRON
naar zijn Staf geroepen om hem te feliciteren met de snelle opmars van
zijn Groepering. De bruggen zijn vernield en de Duitsers bezetten de
hoogten van Trouville. Van hieruit bestoken zij de Belgische stellingen
met mortier- en artillerievuur.
Op
23 augustus zijn het de Belgen die als eersten de Touques oversteken
tussen Deauville en Pont l'Evêque. Aan de kust neemt de Eenheid van
WINTERGROEN het voortouw. Tussen Dives en Touques worden alle wegen die
door de 6th Airborne zullen gebruikt worden verkent door het
eskadron pantserauto's. Te Pont l'Evêque heeft de "Troop One"
de eer om de eerste schoten uit te wisselen. Nauwelijks over de Dives is
het WINTERGROEN die, vanuit Houlgate doorstoot naar het kasteel
"Fouchet de Carel" op de helling van Chaumont (verkenningsploeg
van ROELANTS). Achter hun bevindt zich het 5de stormpeloton van Georges
JACOBS met op kop de sectie van Sgt DEGROOTE. Achter hun eveneens het Pl
van José SCHMITZ. Begeleid door Franse weerstanders uit Houlgate,
DAUVILAIRE en LEFEVRE, banen ze zich een weg van de boerderij
"Chagnet" naar boerderij "Tolleville" en zo naar de
heuvelkam.
Op
24 augustus om 8 uur 30 geeft de Kolonel het bevel om de opmars verder
te zetten en de vijand terug te slaan. Gezien de brug vernield werd neemt
de infanterie wapens en munitie in de armen en overschrijdt zo de
restanten van de brug. De burgerbevolking voert constructiematerieel aan
en de Genie begint met de bouw van een bak om de voertuigen over te
zetten. Ditmaal is het de 3de eenheid die het voortouw neemt. De opmars
vordert moeilijk. De weerstand van de Duitsers neemt af. Er worden heel
wat gevangenen genomen. De Belgische Groepering heeft een voorsprong van 8
Km op de rest van de Divisie. De voertuigen hebben natuurlijk niet kunnen
volgen. s'Avonds staat de Groepering voor de poorten van Honfleur, de
volgende morgen trekken zij erbinnen. De artillerie heeft stellingen bezet
te Saint Bénoît d'Herbetot.
De artillerie heeft stelling gekozen te Quitteville.
In
de nacht van de 25ste krijgt de Groepering het bevel de opmars verder te
zetten en opnieuw contact te maken met de vijand. De Duitsers verlaten de
heuvels van Fiquefleur. De achtervolging wordt ingezet via Berville en
Foubec. Daar wordt de voorwacht gestopt door zware beschietingen vanuit de
heuvels die de vallei van de Risle domineren. De infanterie lijdt er
enkele verliezen. Onderluitenant VAN CAUWELAERT, zoon van de minister, is
licht gewond. De jonge soldaat MOUCHET wordt gedood terwijl hij, onder
vijandelijk vuur, de gewonden verzorgt. De voorwacht zoekt nu contact met
het pantsereskadron dat meer naar het zuiden doorstootte. In de loop van
de dag ontvangt de Groepering het bevel te verzamelen te Berville. Daar
installeren ze zich in de boomgaarden om er gedurende twee dagen te
bekomen van de vermoeidheid van hun snelle opmars. Voor hun bevindt zich
de grote monding van de Seine, in het westen Le Havre. De Groepering
verlaat het 6th Airborne. Deze keert terug naar Groot-Brittanië
om er zich te reorganiseren en zich voor te bereiden op latere operaties.
De Groepering komt onder de orders van de 49ste Divisie van generaal
BARKER
Maar hij valt onder Duits vuur. Hij is gewond evenals drie van zijn
manschappen. BIHAY gaat een van hen halen, onder vijandelijk vuur, dit
terwijl VERHAEGEN verder alle inlichtingen doorgeeft per radio.
Op
27 augustus komt het eskadron terug onder Belgisch bevel. De brio
waarmee ze de laatste zes dagen strijd voerden levert hen de gelukwensen
van het verkenningsregiment van de 6de Divisie op. De Groepering die bivakkeert te Berville komt op 29 augustus onder bevel van de 49ste Britse Divisie. Zij rukt op naar het zuiden van het bos van Brotonne, het eskadron installeert zich te Cauverville en Roumois. De Geniecompagnie construeert een brug over de Risle aan de gevangeniskaai. De artilleriebatterij bestookt onophoudelijk het bos van Brotonne waar de Duitsers hun toevlucht zochten met al hun materieel, dat ze later zouden achterlaten. Kadet VERHAEGHE krijgt toelating een ongewone verkenning uit te voeren. In burger, met valse papieren en begeleidt door een visser en 4 jonge Fransen voert hij een verkenning uit op de andere zijde van de Seine. Hij verzamelt inlichtingen betreffende de Duitse strijdkrachten en de verdediging van Le Havre die van kapitaal belang zijn. De juistheid van zijn inlichtingen betekenen een grote hulp voor de vordering naar Le Havre en vvor de snelle inname van de stad door de 49ste Divisie.
Op 31 augustus krijgt de Groepering zijn orders. Zij zullen de Seine oversteken onder bescherming van het verkenningsregiment van de 49ste Divisie. Zij dient zich te hergroeperen ten zuiden van Yvetot, oprukken naar Le Havre en contact zoeken met de vijand.. de oversteek van de Seine gebeurt op verschillende plaatsen. Drie oversteekplaatsen worden ingericht met vlotten met motor te Caudebec en stroomopwaarts. De pantsers van Majoor SELLIERS steken als eerste over bij valavond. Kolonel PIRON begeleidt kapitein BLOCH, liaisonofficier, op het eerste vlot. De operaties verloopt langzaam en zal tot de volgende avond duren. Het eskadron komt om 18 uur aan op zijn oversteekplaats, maar moet wachten op de tewerkstelling van de Britse Genie. Om 21 uur steekt het eskadron de Seine over te La Mailleraye. Deze operatie duurt tot de volgende ochtend om 10 uur. De Staf steekt om 11 uur te Caudebec over, zij worden gevolgd door de artilleriebatterij. Op hetzelfde ogenblik trekt de 3de eenheid door het bos van Brotonne. De Groeperingtreinen steken over via de spoorwegbrug van Rouen.
Gezien de
trage oversteek kan de opmars naar Le Havre kan pas tegen de middag van
1 september beginnen. Het zijn de pantsers van het eskadron die de reisweg
openen en de bescherming van de opmars van de 1ste gemotoriseerde eenheid
verzekeren. Weldra bereiken ze Bolbec en Harfleur. De Duitsers hebben hun
voorposten opgesteld op de oostelijke rand van de diepe vallei die voor de
stad ligt. Zij kunnen snel opgerold worden. De westelijke heuvels
daarentegen worden hevig verdedigd en zijn bezaaid met betonnen bunkers.
De voorwaartse CP wordt tussen Caudebec en Lillebonne ingericht. De
gemotoriseerde eenheden, gesteund door de artillerie staan klaar om tot de
aanval over te gaan als plotseling, rond 18 uur, Kolonel PIRON Generaal
BARKER ontmoet. Nieuwe orders worden gegeven. Gedurende de nacht zal de
Groepering afgelost worden door de Divisie. De Groepering dient zich te
hergroeperen en zich klaar te maken om de volgende ochtend te vertrekken
"Al rijdende
vergast de commandant HOUBION me op worstjes uit Vire, gebakken op het
veldfornuis. Wij trekken door Rouen. Al rijdende denkt ik terug aan 4
weken gevechten. Ons bilan lijkt mij niet al te slecht. Mijn soldaten
leverden een waardevolle bijdrage. Wij hadden geen zware verliezen
geleden. Onze 2.500 man hadden de Normandische kust van de Orne tot aan de
Seine bevrijdt. De heer PIERLOT, verblijvende in Londen, mocht best
tevreden zijn met ons. Wij konden onze Belgische kleuren met fierheid
dragen."
"Gedurende
de opmars van het 1ste Canadese leger, van de Orne tot Le Havre, is ze
steeds de voorpost geweest van de Divisie waartoe ze behoorde. Heeft zich
meester gemaakt, na zware gevechten, van alle dorpen gelegen langs de
Normandische kust en in het bijzonder Cabourg, Villers-sur-Mer, Deauville,
Trouville, Honfleur en Bolbec. Zijn acties kregen de hoogste waarderingen
van het geallieerd commando." |